Stimuleren organische stofrijke meststoffen

19 februari 2026

Meststoffen met veel organische stof tellen minder zwaar mee voor de fosfaatgebruiksnorm. Bij het gebruik van strorijke vaste mest (met een duidelijk zichtbare hoeveelheid stro) of champost telt 75% van de hoeveelheid fosfaat mee voor de fosfaatgebruiksnorm. Het gaat om strorijke vaste mest van rundvee, geiten, paarden en schapen. Bij het gebruik van gft-compost of groencompost telt 25% van de hoeveelheid fosfaat mee. Deze regeling geldt zowel voor bouw- als grasland.

Biologisch bedrijf

Biologische bedrijven mogen naast genoemde mestsoorten ook strorijke vaste mest van varkens gebruiken.

Voorwaarden

Er gelden enkele voorwaarden:

  • Op een perceel moet ten minste 20 kilogram per hectare van de organische stofrijke meststof gebruikt worden.
  • Per hectare mag niet meer fosfaat van de organische stofrijke meststof gebruikt worden dan de maximale fosfaatgebruiksnorm.

Voorbeeld 1
De fosfaatgebruiksnorm voor een perceel bouwland met de fosfaattoestand ‘ruim’ bedraagt 60 kg fosfaat per hectare. Stel dat er op het perceel per hectare 40 kg fosfaat uit vaste strorijke mest van rundvee wordt uitgereden. Deze hoeveelheid fosfaat telt voor 40 x 75% = 30 kg mee. Er resteert dan nog ruimte voor 60 - 30 = 30 kg fosfaat uit andere dierlijke meststoffen. In totaal is hiermee 40 + 30 = 70 kg fosfaat per hectare aangewend, maar wordt de fosfaatgebruiksnorm niet overschreden.

Voorbeeld 2
De fosfaatgebruiksnorm voor een perceel grasland met de fosfaattoestand ‘laag’ bedraagt 105 kg fosfaat per hectare. Stel dat er op het perceel per hectare 105 kg fosfaat uit groencompost (het maximum) wordt uitgereden. Deze hoeveelheid fosfaat telt voor 105 x 25% = 26 kg mee. Er resteert dan nog ruimte voor 105 – 26 = 79 kg fosfaat uit dierlijke meststoffen. In totaal is hiermee 79 + 105 = 184 kg fosfaat per hectare aangewend, maar wordt de fosfaatgebruiksnorm niet overschreden.