Actualiteiten 2021

Actualiteiten 2021

Inhoud:

  1. Wet arbeidsmarkt in balans (WAB)
  2. Wijzigingen transitievergoeding
  3. Werkkostenregeling
  4. Premiekortingen (gewijzigd in LoonKostenVoordeel)
  5. Subsidie Lage InkomensVoordeel
  6. Wijziging recht op minimumloon en minimumjeugloonvoordeel
  7. Digitaal aanleveren gegevens van werknemers
  8. Centraal e-mailadres
  9. Afsluiting 2020 en opstart 2021

 

1. Wet arbeidsmarkt in balans (WAB)

 

De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) is in 2020 ingevoerd en is uitgebreid aan de orde geweest in onze nieuwsbrief van begin 2020. In deze nieuwsbrief zullen wij de belangrijkste punten nog kort op een rij zetten, alsmede de wijzigingen voor 2021.

 

Wijziging WW sectorpremie per 1 januari 2020

Ingevolge de inwerkingtreding van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (afgekort WAB) per 1 januari 2020, zijn de sectorpremies, zoals tot dan toe gebruikt voor de WA, komen te vervallen. Per januari 2020 is de WW-premie (dan WA-premie en WE-premie samengevoegd) afhankelijk van de duur van het arbeidscontract en niet meer afhankelijk van de sector waar men ingedeeld is. De regering wil hiermee bereiken dat er een betere balans komt tussen vaste en flexibele arbeid. Dit zodat meer werknemers een vast contract krijgen.

Hoge en lage WW-premie

Vanaf 2020 geldt, ongeacht de sector waartoe de werkgever behoort, eenzelfde hoge of lage premie. De lage premie mag alleen worden toegepast op het loon van medewerkers die een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hebben met een vaste arbeidsomvang. Voor alle overige contracten (dus ook oproepcontracten) geldt de hoge WW-premie. Het verschil tussen de hoge en lage WW-premie is 5 procentpunt.

Soms WW-premie terugbetalen

Soms dient de WW-premie (met terugwerkende kracht) omgezet te worden van laag naar hoog, ondanks het feit dat het een contract voor onbepaalde tijd betreft:

  • De dienstbetrekking wordt binnen 2 maanden na aanvang beëindigd.
  • De werknemer krijgt binnen kalenderjaar meer dan 30% verloond dan contractueel voor dat jaar is overeengekomen.
  • De werknemer krijgt binnen 1 jaar na aanvang van de dienstbetrekking een WW-uitkering door arbeidsuren- of inkomstenverlies. Let op! In verband met de Coronacrisis is voor 2020 én voor 2021 hierop een uitzondering gemaakt.

Oproepkrachten

Oproepcontracten kunnen ook in aanmerking komen voor de lage WW-premie, indien er gekozen wordt voor een jaarurennorm. Dit houdt in dat er een vast aantal uren per jaar worden overeengekomen en dat deze direct gespreid over het jaar verloond worden. Het aantal uren dient wel zo te worden overeengekomen dat het niet meer als 30% afwijkt, anders dient namelijk de WW-premie alsnog op hoog te worden gezet met terugwerkende kracht. Vanaf 2020 bent u voorts verplicht een oproepkracht (waaronder werknemers met een nul-urencontract of min-/maxcontract) na een dienstverband van 1 jaar een aanbod te doen voor een contract met een vaste arbeidsduur. Dit aanbod van vaste uren moet dus iedere keer wanneer de werknemer er een jaar op heeft zitten opnieuw gedaan worden. Dus voor werknemers die al langer in dienst waren vóór 1 januari 2020, moet ook voor het jaar 2021 weer een nieuw aanbod worden gedaan.

Wordt geen aanbod voor een vast contract gedaan dan kan de werknemer toch recht op loon overeenkomstig het aanbod dat de werkgever had moeten doen. De werknemer hoeft het contract overigens niet te aanvaarden. Accepteert de werknemer niet dan blijft de oproepovereenkomst in stand.
 

 

2. Transitievergoeding

 

Per 1 januari is een transitievergoeding verschuldigd bij elk dienstverband dat op initiatief van de werkgever wordt beëindigd, ongeacht de lengte van het dienstverband. Ook bij ontslag in de proeftijd is een transitievergoeding verschuldigd. Als de werkgever uit zichzelf geen transitievergoeding toekent kan de werknemer de binnen 3 maanden ná uitdiensttreding alsnog verzoeken om een transitievergoeding. Doet de werknemer dat niet dan vervalt de transitievergoeding. 

Compensatie transitievergoeding bij twee jaar ziekte

Een werkgever die een werknemer na twee jaar ziekte ontslaat, moet een (transitie)vergoeding aan hem betalen. Per 1 april 2020 kunnen werkgevers een compensatie aanvragen bij het UWV voor deze (transitie)vergoeding.  Het maakt hierbij niet uit of de werknemer na 2 jaar ziekte is ontslagen door opzegging via UWV, ontbinding door kantonrechter of niet verlengen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst. Voor aanvragen van vergoedingen vanaf 1 april 2020 geldt, dat ze binnen 6 maanden na afschrijving van de rekening bij de werkgever (betaling) moeten zijn ingediend.

De volgende voorwaarden zijn van toepassing:

  • De arbeidsovereenkomst is geëindigd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid
  • De werknemer was nog ziek bij het eindigen van het dienstverband
  • De transitievergoeding waar werknemer recht op had, is betaald.

De aanvraag kan worden ingediend middels het formulier “aanvraag compensatie transitievergoeding”. Deze staat in het werkgeversportaal van het UWV. Er kan ook telefonisch een papieren aanvraagformulier worden opgevraagd bij het UWV.
 

Een aantal formulieren/bewijsstukken zullen als bijlagen moeten worden meegezonden, t.w.:

  • Arbeidsovereenkomst (indien niet aanwezig, dan loonstrook met datum in dienst erop).
  • Beëindigingsovereenkomst (vaststellingsovereenkomst) of uitspraak rechter of opzeggingsbrief.
  • Loonstrook van de periode voor de datum waarop de werknemer 1 jaar ziek was en loonstrook van de periode waarin het opzegverbod bij ziekte is verstreken (=bewijs brutoloon totaal betaald tijdens hele ziekteperiode).
  • Berekening hoogte transitievergoeding.
  • Bewijs dat de volledige transitievergoeding betaald is en op welke datum. (bankafschrift)

Inmiddels is uit de rechtspraak ook duidelijk dat een werknemer ná 2 jaar ziekte het recht heeft om te worden ontslagen (en daarmee in aanmerking te komen voor een transitievergoeding). Het dienstverband slapend door te laten lopen, in verband met de verschuldigde transitievergoeding, is dus niet meer mogelijk. 

De overbruggingsregeling voor compensatie van betaalde transitievergoedingen van vóór 1 april 2020 is per 30 september jongstleden afgelopen. Het is dus niet meer mogelijk gebruik te maken van deze overgangsregeling.

Compensatie transitievergoeding bij pensioen of ziekte kleine werkgevers

Deze compensatieregeling treedt in werking per 1 januari 2021. Ondernemingen kunnen hiervan gebruik maken, wanneer de werkgever stopt met zijn bedrijf i.v.m. pensioen of overlijden. De bedoeling is deze regeling uit te breidden bij bedrijfsbeëindiging bij ziekte. Deze uitbreiding zal mogelijk per mogelijk per 1 april 2021 in gaan.

Het moet hier in ieder geval gaan om een bedrijf met minder dan 25 werknemers en tenminste voor 1 van de werknemers moet door het UWV een ontslagvergunning zijn verleend wegens bedrijfsbeëindiging. Compensatie wegens pensionering van de werkgever (geen opvolger) kan alleen als de werkgever de pensioengerechtigde leeftijd (= AOW-leeftijd) heeft bereikt of binnen 6 maanden bereikt nadat hij het verzoek heeft gedaan om de arbeidsovereenkomst op te mogen zeggen.

Bij overlijden geldt dat de erfgenamen of medewerkgevers binnen 12 maanden na overlijden van de werkgever een verzoek moeten hebben gedaan om toestemming voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst. De compensatieregeling geldt voor transitievergoedingen die worden uitbetaald vanaf 1 januari 2021. De compensatie dient aangevraagd te worden binnen 12 maanden nadat hij bij het UWV ontslag wegens bedrijfsbeëindiging heeft aangevraagd. 

De compensatieregeling voor bedrijfsbeëindiging wegens ziekte is bedoeld voor de werkgever die dusdanig ziek is dat niet te verwachten valt dat de werkgever zijn werkzaamheden binnen 6 maanden weer kan oppakken. Over de vaststelling daarvan zijn nog gesprekken gaande tussen het Ministerie, het UWV en de beroepsverenigingen op het terrein van bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde. De verwachte ingangsdatum van deze regeling is 1 april 2021.

 

3.    WKR

De Werkkostenregeling is voor iedere werkgever verplicht. InnoVista heeft u, reeds vele jaren, door middel van mailingen en boekingsinstructies hiervan op de hoogte gebracht. Op basis van huidige inventarisaties blijkt dat daar waar mogelijk meestal gebruik is gemaakt van extra vergoedingen om de vrije ruimte te benutten.  Voor het jaar 2020 bedroeg de vrije ruimte in de WKR tijdelijk 3% over de eerste € 400.000,00 aan fiscaal loon. Voor de vrije ruimte boven de € 400.000,00 bedraagt de vrije ruimte 1,2%.

Vanaf het jaar 2021 bedraagt deze weer 1,7% over de eerste € 400.000,00 en boven de € 400.000,00 bedraagt de vrije ruimte 1,18%. 

Bij een eventuele overschrijding van de vrije ruimte volgt in maart de afwerking van de WKR in de aangifte Loonheffingen van februari 2021 en eventuele betaling van 80% eindheffing (dit is een maand later dan voorheen). De eindheffing van de Werkkostenregeling mag u ook op concernniveau berekenen. Voor deze regeling is er sprake van een concern als een bovenliggende organisatie minimaal voor 95% eigenaar is van de onderliggende organisatie. Binnen het concern berekent u de vrije ruimte over het totale loon van het concern. Dat kan voordelig zijn omdat u zo de vrije ruimte van alle concernonderdelen kunt benutten. In deze collectieve vrije ruimte kunt u alle door de concernonderdelen aangewezen vergoedingen en verstrekkingen opnemen. Alle vergoedingen en verstrekkingen die de concernonderdelen aanwijzen als eindheffingsloon, zet u uiteindelijk af tegen de totale vrije ruimte van het concern. Het concernonderdeel met het hoogste fiscale loon moet eindheffing betalen over het bedrag dat boven de collectieve vrije ruimte uitkomt. 

 

4.    LoonKostenVoordeel

Loonkostenvoordeel ouderen

De regeling geldt voor iedere oudere werknemer die aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • De werknemer heeft op de dag voordat hij in dienst treedt, recht op een uitkering. Dit moet worden aangetoond door een doelgroepverklaring die de werknemer moet aanvragen bij zijn uitkeringsinstantie
  • De werknemer is bij indiensttreding 56 jaar of ouder.

De hoogte van het loonkostenvoordeel is € 6.000,- per jaar (€ 3,05 per verloond uur) zolang het dienstverband duurt, maar maximaal 3 jaar in totaal. 

Loonkostenvoordeel arbeidsgehandicapten

De regeling geldt voor arbeidsgehandicapten, voor herplaatste arbeidsgehandicapten € 6.000,00 maximaal per jaar, € 3,05 per verloond uur en voor Wajongers is dit € 2.000,00 per jaar, zijnde € 1,01 per verloond uur (doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden). Voor herplaatste arbeidsgehandicapte werknemers bedraagt de toekenningsperiode maximaal 1 jaar.

Ook voor deze loonkostenvoordelen is een doelgroepverklaring nodig. Vanaf 1 januari 2016 is er een extra voorwaarde van kracht om premiekortingen toe te mogen passen: De werknemer mag in de zes maanden voor indiensttreding niet eerder bij u in dienst zijn geweest.

Uitbetaling LoonKostenVoordelen

Vanaf 1 januari 2018 worden de LoonKostenVoordelen (voorheen premiekortingen) niet meer op de aangifte loonheffingen in mindering gebracht op de af te dragen premies werknemersverzekeringen. Per deze datum wordt het loonkostenvoordeel door de Belastingdienst berekend aan de hand van de aangiften loonheffingen. De loonkostenvoordelen over het jaar 2020 zullen door de Belastingdienst pas in het jaar 2021 uitbetaald worden omdat niet eerder alle aangiften loonheffingen binnen zijn. Omstreeks 6 weken na de definitieve beschikking (uiterlijk 31 juli 2021) zal de betaling plaatsvinden..

 

5.    Subsidie Lage Inkomensvoordeel (LIV)

Per 1 januari 2017 is het zogenoemde lage-inkomensvoordeel (LIV) in werking getreden. Dit is een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die mensen met een salaris tot 125% van het wettelijk minimumloon in dienst hebben. Dit voordeel wordt, net als de Loonkostenvoordelen ouderen en gehandicapten, na afloop van het kalenderjaar toegekend en uitgekeerd door het Belastingdienst.

LIV in 2021

  • Max. € 960,00 per jaar, maximaal € 0,49 per uur bij bruto-uurloon SV gemiddeld tussen € 10,48 en € 13,12  , ( =loon tussen 100% en 125% WML voor 21-jarige).
  • Min. 1248 uur gewerkt hebben bij betreffende werkgever (volledig jaar is dat 24 uur per week)
  • Recht loopt door tot AOW-leeftijd

 

Het Lage Inkomensvoordeel over het jaar 2020 wordt door de Belastingdienst uitbetaald in het jaar 2021. Vóór 15 maart 2021 verstuurt het UWV een voorlopige berekening hiervan. Tot en met 1 mei 2021 kan de werkgever nog correcties over 2020 insturen. Die worden nog meegenomen in de definitieve berekening van het LIV van de werkgever. Correcties na 1 mei 2021 worden niet meer meegenomen. De belastingdienst stuurt vóór 1 augustus 2021 de definitieve berekening van het LIV aan de werkgever. Uiterlijk op 12 september 2021 wordt het LIV uitbetaald aan de werkgever.

 

6.    Wijziging recht op minimumloon en minimumjeugdloonvoordeel (jeugd-LIV)

Op dit moment gaan werknemers vanaf hun 21e verjaardag over van het minimumjeugdloon naar het minimumloon. Deze verlaging van de minimumloonleeftijd is reeds per 1 juli 2019 ingevoerd. De minimumjeugdlonen van 18 tot en met 20 jaar zijn per 1 juli 2019 omhoog gegaan. Werkgevers krijgen voor de hogere loonkosten van 18 tot en met 20-jarigen compensatie via het jeugd-LIV. De regeling geldt ter compensatie van werkgevers voor jonge werknemers met een laag loon. De uitbetaling over het jaar 2020 hiervan gebeurt door de Belastingdienst automatisch in de tweede helft van 2021 op basis van gegevens van het UWV. U krijgt dan het voordeel over het jaar 2020. U hoeft hiervoor niets te doen. 

De bedragen die gelden voor de jeugd-LIV wijzigen ook per 1 januari 2021. Het bedrag van het voordeel per verloond uur gaat omlaag, en het maximum bedrag per kalenderjaar ook. Voor 21-jarigen geldt vanaf 2020 helemaal geen jeugd-LIV meer. Per 2024 moet de jeugd-LIV volledig komen te vervallen.

 

7.    Digitaal aanleveren gegevens van werknemers.

De digitale wereld voltrekt zich inmiddels in een rap tempo. Uiteraard ook in onze organisatie. Sterker nog: wij promoten juist digitale communicatie waar dat kan! Wanneer wij digitale stukken ontvangen dan kunnen wij deze uiteraard efficiënt verwerken binnen onze digitale omgeving. Bij voorkeur in het PDF formaat. Het komt echter vaker voor dat wij documenten in PDF krijgen aangeleverd welke toch ‘lastig’ zijn om adequaat te verwerken. Dat zijn met name documenten die uit meerdere pagina’s bestaan (aktes of overeenkomsten), en als ‘losse’ pagina’s worden toegezonden (via email of MAP). Om die reden vragen wij u vriendelijk om, als dat tenminste mogelijk is, dergelijke documenten in te scannen als één document. Dat voorkomt namelijk dat wij achteraf deze ‘losse’ pagina’s weer digitaal aan elkaar moeten plakken.

 

8.       Centraal e-mailadres

Voor de aanlevering van uw mutaties en vragen hanteren wij een centraal e-mailadres. Als u uw mutaties en vragen naar dit adres stuurt, is er altijd een salarisadministrateur beschikbaar die u een antwoord kan geven op uw vraag. Het adres is: lonen@innovista.nu

 

9.    Afsluiting 2020 en opstarten 2021

Uiterlijk maandag 11 januari 2021 zullen wij de loonadministratie over 2020 gaan afsluiten. Voor mutaties die betrekking hebben op 2020 en die na 10 januari 2020 nog binnen komen, kunnen wij helaas niet garanderen dat deze nog tijdig verwerkt worden.

Omdat wij in januari druk zijn met de afwerking van de loonadministratie 2020 en de opstart van 2021 kunnen wij niet garanderen dat uw lonen net zo snel verwerkt worden zoals u van ons gewend bent. Wij verzoeken u om eventueel over de maand januari 2021 of vierweken periode 01-2021 een voorschot te verstrekken aan uw werknemers.

Wanneer u de uitbetaalde voorschotten aan ons doorgeeft, zullen wij deze op de eerste loonstrook in mindering brengen, zodat u eenvoudig kunt zien wat er nog betaald moet worden. 

Mocht u naar aanleiding van deze nieuwsbrief nog vragen hebben, dan vernemen wij dat uiteraard graag van u.