Structurele aanpak stikstof

30 april 2020

Het kabinet trekt de komende tien jaar 5 miljard euro uit om de uitstoot en neerslag van stikstof te verminderen, de natuur te herstellen en de vergunningverlening verder op gang te brengen. Ruim 2,8 miljard euro is gereserveerd voor verbetering van de natuur. Er is 1,3 miljard euro beschikbaar voor veehouders die vrijwillig willen stoppen. Voorts komen er verschillende subsidies om de veehouderij verder te verduurzamen.

Een omvangrijk pakket aan maatregelen moet er toe leiden dat in 2030 ten minste 50 procent van de hectares met stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarden is gebracht. De maatregelen zijn gericht op de landbouw en het scheepvaart-, lucht- en wegverkeer. De belangrijkste maatregelen voor de landbouw worden hieronder beschreven.

Beëindigingsregeling

Er komt een landelijke beëindigingsregeling voor veehouders die vrijwillig willen stoppen. Hiervoor is 1 miljard euro gereserveerd. De rangschikking van subsidieaanvragen vindt plaats op basis van de omvang van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De regeling wordt op zijn vroegst begin 2021 opengesteld, mede omdat de Europese Commissie eerst nog haar goedkeuring moet verlenen. Daarnaast wordt bijna 0,3 miljard euro beschikbaar gesteld om alle aanvragen van de subsidieregeling sanering varkenshouderijen te kunnen honoreren (mits aan alle vereisten is voldaan).

Verlagen ruw eiwitgehalte veevoer

Het kabinet werkt aan een ministeriële regeling waarbij maxima worden gesteld aan het ruw eiwitgehalte in mengvoer (en mogelijk ander krachtvoer) dat een melkveehouder gebruikt. Het concept zal binnenkort bekend worden gemaakt. Het streven is dat de regeling per 1 september 2020 in werking treedt, omdat Brussel de regeling ook nog moet goedkeuren. Voor de jaren na 2020 kunnen afspraken worden gemaakt met de sector. Voor de implementatie van de veevoermaatregelen is de komende jaren 73 miljoen euro beschikbaar. Een deel van dat geld zal worden ingezet voor coaches en voorlichting.

Vergroten aantal uren weidegang

Het gemiddelde aantal uren weidegang per jaar voor een weidende koe bedroeg 1.648 in 2018. De ambitie van het kabinet is een uitbreiding van dit aantal uren weidegang met 125 uren in 2021 en 250 uren vanaf 2022. Om dit te realiseren wordt ingezet op een mix van instrumenten, zoals voorlichting en onderwijs over beweiden en graslandmanagement, een campagne om vroeger in het jaar te beweiden, de inzet van weidecoaches en kavelruil (budget 3 miljoen euro).

Verdunnen mest

Het verdunnen van drijfmest bij het uitrijden reduceert de ammoniakemissie aanzienlijk. Met name OP zandgronden wordt de toepasbaarheid echter beperkt door de beschikbaarheid van (oppervlakte)water. Het kabinet bereidt een investeringssubsidieregeling voor om bedrijven te stimuleren regenwater op te vangen van staldaken en erf om daarmee mest te kunnen verdunnen (budget 100 miljoen euro, subsidie 40% van investeringskosten).

Stalaanpassingen

De komende periode zal de Subsidieregeling brongerichte verduurzaming (Sbv) ondersteuning bieden aan innovatie en eerste investeringen in nieuwe staltechniek. Uiterlijk in 2025 zullen per diersoort aangescherpte emissienormen voor ammoniak voor nieuwe stallen en geplande renovaties ingaan. Voor bestaande stallen gaat dan een nader te stellen overgangsperiode gelden, waarbij rekening wordt gehouden met de mogelijkheden van boeren. Boeren worden via subsidie ondersteund bij het doorvoeren van de benodigde aanpassingen. Voor de periode 2023-2030 is hiervoor 280 miljoen euro gereserveerd.

Omschakelfonds

In de periode 2020-2023 komt 175 miljoen euro beschikbaar voor veehouderijbedrijven die willen extensiveren of omschakelen naar een andere bedrijfsvoering. Dit bedrag is bedoeld om bij te springen als omschakelende boeren tijdelijk minder inkomsten hebben en om bij te dragen in de investeringskosten.

Mestverwerking

Voor de komende tien jaar is 15 miljoen euro gereserveerd, bovenop 33 miljoen euro in het klimaatakkoord, om mestverwerking naar hoogwaardige kunstmestvervangers te stimuleren.